Pieppiep., o.o.c., 100 x 150 cm, € 3.500,00,
Ans Vianen, 2016

Soms word je met je neus op de feiten gedrukt wat je leeftijd betreft, zoals gisteren. Ik zat met mijn dochter in een zaaltje in een luxe Van der Valk – restaurant waar een lezing was over hoe je je bedrijf kunt laten groeien en alle valkuilen waar je als ondernemer mee te maken krijgt. Interessante materie, daar is niets van te zeggen.
De opkomst was redelijk. Er waren zo’n vijftig voornamelijk jonge mensen en een paar mannen met beginnend kalend hoofd. Overduidelijk was ik met mijn grijze haar de oudste. Echter,  veel mensen zijn opgevoed met het motto dat een mens nooit te oud is om te leren, zo ik ook. Mijn moeder is daar een goed voorbeeld van. Zij volgde op haar tachtigste nota bene nog een computercursus om bij de tijd te blijven.

De ontvangst was prettig. Onze namen werden op de presentielijst afgevinkt en we mochten een kopje koffie of thee halen. We voegden ons bij een groepje gasten dat al rond een van de statafels stond, maakten kennis en vroegen wat iedereen deed en wat ze hier deze avond hoopten te leren. Met drie jongeren hadden we al gelijk een klik. Eentje was schipper op de binnenvaart, de ander zat in de metaalsector en maakt objecten voor particulieren en een derde was een bedrijf begonnen in de IT-sector. Hij zocht iemand die teksten kon schrijven dus dat kwam goed uit, want ik kan nog wel een opdrachtje gebruiken om geld in het laatje te krijgen, dus wie weet wat daar uit voortkomt.

Een poosje later ging de zaal open. We mochten naar binnen. De sfeer was prima en iedereen was duidelijk in de stemming om iets te leren. Een kwalitatief goed notitieboek op A-vier formaat lag voor ons klaar met een mooie witte pen waarop natuurlijk het bedrijfslogo was gegraveerd. De lezing zou verschillende malen onderbroken worden om met elkaar te discussiëren. Als we weer bij de les moesten zijn, zou de spreker dit aangeven door in een piepkip te knijpen.
De piepkip doet me denken aan een naaktmodel die ik eens voor een schildersessie had ingehuurd. Hij moest een liggende pose aannemen naar een schilderij van Lucien Freud. Op dat schilderij had hij, nauwelijks te zien, een ratje in zijn hand. Speciaal voor dat doel ben ik naar de dierenwinkel gegaan om een nepratje te kopen. Deze was niet op voorraad. Bestellen was geen optie want ik had het ratje diezelfde ochtend nodig. Op mijn gemak zocht ik naar alternatieven en zag een kaalgeplukte plastic piepkip. Dat was precies wat ik nodig had. Blij en voldaan ging ik weer naar het atelier om de spullen voor die ochtend klaar te zetten. Het model nam de pose aan die ik in gedachten had, met de piepkip in zijn hand. Modellen willen tijdens een poseersessie weleens  in gedachten verzonken en daardoor volledig ontspannen raken en dan zou de kip uit zijn handen vallen. Dat is niet erg, want dan staat iedereen weer op scherp. Maar er gebeurde ook nog iets anders. Hilarisch genoeg piepte de kip elke keer als het model zich maar iets bewoog. Dat gebeurde best vaak en het werkte behoorlijk op de lachspieren.
Terug naar de lezing. Daar werkte de methode piepkip ook prima. Twee jongens die ik aan de statafel had ontmoet, zaten achter me en we hadden goed overleg met elkaar. Er was werkelijk een klik.

Na tweeëneenhalf uur intensief bezig zijn zonder pauze, was de lezing afgelopen en konden we in de lounge nog wat drinken, napraten en netwerken. De spreker mengde zich ook tussen het publiek. Het was opvallend dat hij zich niet aan ons tafeltje liet zien. Toen we als een van de laatsten vertrokken, liepen we naar hem toe om hem de hand te schudden en hem netjes te bedanken. Het leek erop dat hij zich amper met mij wilde vertonen. Ik hoorde duidelijk niet tot zijn doelgroep en dat gevoel gaf hij mij overduidelijk. Lichaamstaal is dan toch een hele goede boodschapper. Wat een afknapper van zo’n avond. Moet ik dan toch mijn haar weer verven en m’n ogen opmaken. Natuurlijk zie ik er dan sprankelender uit, maar dat wil ik gewoon niet meer. Het is ook slecht voor het milieu. Bovendien wil ik geen masker. Ik wil gewoon laten zien wie ik ben. Niet voor niets heette mijn solo-expositie in Amsterdam vorig jaar ‘IAAIA’. Dat staat voor ‘ I Am As I Am ‘ . Niets meer en niets minder. Daar gaat het toch om? Toch niet om het uiterlijk? Volgens mij was dat ook nog eens een onderwerp in zijn presentatie. Dat mensen voor jou kiezen om wie je bent en wat je doet.
Op de valreep heeft hij hierdoor toch een steekje laten vallen en me achtergelaten met de vraag wat je nou met zoiets aan moet. Als ik iemand anders in zo’n geval zou moeten adviseren, zou ik hem of haar de raad geven dit voorval direct los te laten, want de klik die er bij de anderen wel was, ontbrak hier volledig en dan gaat het nooit wat worden. Hoe pijnlijk dat soms ook is, vooral als je nog maar net achterin in de vijftig bent.